materiaal: graniet

hoogte: 120cm
breedte: 60cm
diepte: 80cm


verzameling
Tags: , ,

tekening luchthapper
foto luchthapper
foto Luchthapper
foto Luchthapper II
foto Luchthapper I

Proza&Poëzie

Proza deel 1

Tijdens zwoele zomernachten is het soms wel eens moeilijk om in te slapen. Je ligt te woelen, te keren, te denken en bet is te warm, veel te warm. Het is net of je onvoldoende lucht naar binnen krijgt en toch staat bet raam en zelfs de deur van de slaapkamer wagenwijd open. Je maakt jezelf wijs dat je toch voldoende lucht naar binnen kunt krijgen wanneer je in bet donker en naar bet plafond toegekeerd, je mond ver openspert.

Dan zie je plotseling, zo tussen slapen en niet slapen, een soort wezentje dat van heel deze toestand blijkbaar geen last heeft. Het is een diertje dat er voor gemaakt lijkt te zijn om zich in zulke bizarre situaties in zijn element te voelen.

Eerst vliegt bet in je gedachten de kamer rond met een zacht zoemend geluid, alsof bet tegen jou wil vertellen hoe je je moet gedragen. Na een poosje begint bet schepseltje te dalen en na nog een paar toertjes gemaakt te hebben, zoekt bet steun achteraan op bet voeteneinde van bet bed waar bet je bezwete hoofd bekijkt alsof er niets aan de hand is. Het wezentje is ongeveer 5 cm hoog in zithouding.

Ineens opent bet zijn trechtervormige muil en begint lucht in zich op te nemen. De bek heeft de vorm van het witte haagbloempje of haagwinde en trilt onder de massa’s zuurstof die er langs passeert. De kracht waarmee de lucht naar binnen gezogen wordt komt uit de enorme borstkas ; het lijkt wel of “Jerommeke” aan ‘t werk is.

De opgezogen lucht verspreidt zich verder in bet banaanvormige lichaam tot dit verzadigd is. Plotseling is het net of de naden beginnen te scheuren en de banaan gaat uiteenspatten ; ze komt nu echter volledig in horizontale stand, gestrekt dus. Bij nader inzien zijn de naden van de banaan voorzien van een extra breedte. Ze verbergen een bijkomende wand of vlak precies als bij een opgevouwen paraplu, of zoals een vleermuis netjes de mantel in plooitjes opbergt.

Intussen zuigt bet beestje maar verse lucht aan en de uitgestrekte banaan lijkt intussen een overrijpe langwerpige meloen die begint te trillen. Het is net een ballon die stilaan van de bedrand loskomt, en werkelijk, door de inwendige luchtdruk komen op de schouders zittende opgevouwen vleugeltjes in werking.

De zeppelin zet zich in beweging, de bek gaat dicht en heeft nu de vorm van de snuit van een spitsmuis. Het wezentje heeft door de gele, overrijpe vorm en de rode verticale ringen over bet lijfje nu bet uitzicht van een reuzewesp. Zacht zoemend begint het te toeren.

Na een poosje verdunt het lichaam, en de meloen wordt eerst terug een rechte banaan die langzamerhand steeds maar krommer wordt. Zoals je een brief post in een hoge brievenbus, met de vier vingers samen bovenaan en de duim onderaan om te grijpen, zo ook zoekt de luchthapper greep te krijgen aan een vooruitstekend tafelblad of aan bet nachtkastje. Neen, hij gaat weer op dezelfde plaats zitten, achteraan op de bedrand. Volledig afgegaan, begint het beestje zich dan opnieuw vol te pompen en bet hele procédé herhaalt zich. Hoe vaak bet opladen en ontladen die nacht is gebeurd weet ik niet meer, maar bet duurde lang. ‘s Anderendaags wist ik zeker een slechte nachtrust te hebben gehad, maar bet diertje – kater – heb ik er aan overgehouden.

Nu zie je soms in de avondschemering van die kleine luchthappers die de slaapkamers van de buren in- en uitvliegen zoals muggen soms gaan zwermen. De grotere hangen – afwachtend om hun slag te slaan – aan dakgoten van bepaalde huizen, of soms wel aan kerken, maar de grote luchtzuigers leven in groepsverband en zoeken dan ook grotere gebouwen op zoals nonnenkloosters of kolleges waar veel internen zijn, ofwel gevangenissen.

Nog veel slaapgenot !

Jef Van Leeuw

Proza deel 2

HET MAGISCH MORFISME VAN EEN STENEN LUCHTHAPPER

‘s Avonds bij het inslapen, op één van die uitzonderlijke zwoele zomerdagen, krijg ik soms het gezelschap van een zacht zoemend zwevend schepseltje.
Eerst zit of hangt het op het voeteneinde van mijn bed waar het zich tracht te concentreren, om zich vervolgens vol te pompen met lucht, waarna het gaat vliegen.

Het trechtervormige muiltje, gevormd als het witte bloempje van de haagwinde, trilt elke keer overmatig bij het inademen van de massa’s zuurstof die worden binnengehaald via de enorme borstkas; het lijkt wel of “Jerommeke” aan het werk is.

Wanneer het banaanvormige lichaam is volgepompt, drukt de lucht de tot nu toe opgevouwen vleugeltjes in vliegstand zodat ze lijken op een open paraplu. Vervolgens zet de zeppelin zich in beweging. Al deze acties van inademen, volpompen, vliegen en dan weer inademen, volpompen, enz. gaan verder tot ik inslaap.

Dit idee of voorstelling werd eerder al geboetseerd en vereeuwigd in brons. Het is een materie die toelaat om zeer moeilijke plastische vormen uit te beelden. Het bronzen beeldje, met zijn achterste op een plexy ring, voelt zich het best thuis ergens in de huiskamer waar het goed kan luisteren.

Soms hangt het, gesteund in een ijzeren ring, tussen de takken van de bomen, ergens in de tuin van een kasteel. Daar kan het tot rust komen in de hoop ergens een soortgenoot te ontmoeten.

Een nieuwe rasgenoot is intussen geboren, maar met een heel andere dimensie en uitstraling. Een rechthoekig blokje roze marmer van ongeveer 30kg liet er zicht toe overhalen een stenen luchthapper prijs te geven. De basisidee blijft ongewijzigd, maar het blokje als steen blijft. De beitels en hamer bepalen mee tijdens het proces hoe het golvende lijnenspel zal zegevieren.

Dit stenen beeldje verfoeit een sokkel ter ondersteuning en daarom rust het op eigen kracht, op de vleugels of ellebogen en de staartpunt. (De stevigste melkstoel staat immers op drie poten!)

Het beeld met zijn sensuele en vleeskleurige vormen is nu af en kan geminnekoosd worden. De oogjes kijken je smachtend aan, vragend om zachtjes aangeraakt te worden. Je krijgt een sterke tinteling in je vingers en voor je ‘t weet, glijdt je holle hand over de kromgespannen rug. Het is net of de luchthapper dan eventjes stopt met inademen en – doordat het onderlichaam extra duidelijk naar voren krult – uitzonder-lijk geniet.

Je glijdt nu met volle hand over de voorkant van het beeldje, over de uitstulpende en uitnodigende onderbuik die echt “handsvol” aanvoelt. Deze streling ervaart de zachte rondingen van een volmaakte vrouwenborst, maar dan zonder tepeltje.
Je spinachtige, zoekende hand vervolgt haar weg naar en over de buikholte en ontdekt dan twee verbroederende neerhangende eivormige gewichtjes. Met je vingertoppen naar boven gericht betast je de verborgen onderliggende verbondenheid van de twee zachte, mooi gevormde genotsknobbeltjes. Het balzakje ligt nu volledig overgelaten in de hand en nodigt je uit om verder te zoeken in de tuin van Eden.

Met je hand vol positieve gewaarwordingen en met vijf verlangende voelsprieten, stijg je op langs het mannelijke uithangbord en vind je rust bij de lieflijk openbloeiende aangeboden roze bloemblaadjes van het vrouwelijke vernuft. Met de volle hand dek je de volledige bloemkelk af en dan streel je de binnenzijde van de eveneens smachtende, begerig opengesperde, bloem.

Je hand zakt lichtjes naar onder en blijft even hangen op het onderste, best uitgeruste blaadje. Als een octopus gaan de vier vingers de bloem in en met de grootste en begerigste van de vier, zak je af in het diepste van moeder aarde: je zit gekneld in één van de allergrootste geneugten van het leven. Ook je linkerduim is weifelend op zoek naar iets.

Plots stoot hij tegen het linker uitpuilende oogje en ontdekt de verfijnde vrouwelijke lichtschakelaar (voor de rechtshandigen gaat het hier dan om het rechter oogje). Vervolgens trachten duim en middenvinger elkaar nu inwendig te zoeken, maar komen spijtig genoeg tot het besef dat ze een stuk marmer omklemmen.

Met een ongeziene snelheid wordt de hand in een flits weggetrokken van het eens zo sensueel aanvoelende beeldje. De zopas vleesgeworden massa verstilt terug in het fantasierijke lijnenspel: het geluk ligt op een klein plaatsje…

Het roze marmeren beeldje in een nis boven aan de trap naar de slaapkamer en verlicht door een zachtgele spot, verricht wonderen bij het naar bed gaan. Inslapen is nu zeker gewaarborgd.

Jef Van Leeuw

Poëzie

Het hapt zijn bolle longen vol,
als blaasbalg voor het vliegen,
en stijgt dan zoemend van het bed,
waarin z’n maker het net droomde.

Een trechtervorm vooruit gestoken,
als een frisse bloem, net geloken,
zuigt de lucht naar binnen
en prikkelt zijn lustige zinnen.

Zijn vleugels zetten op,
zijn buik zwelt rond
en trillend, snorrend
vliegt het rondjes in de kamer.

Een wezen, lieflijk als een bloem,
guitig als een deugniet.
Kijkt uit kleine oogjes
en een lijfje dik en bol .

Of het nog even kan blijven zweven,
of het beter landen kan,
op zijn steuntje om te pronken,
of liever zoemend, vliegt te ronken.

Het glimlacht om de aandacht;
als enig creatuurtje van zijn soort
in deze wereld, om mensen te verbazen,
met de kunde van zijn schepper.