materiaal: brons

hoogte: 15cm
breedte: 13cm
diepte: 24cm

verzameling
Tags: , ,

foto twijfelaar 2
foto twijfelaar 2
foto twijfelaar 1
foto twijfelaar
foto twijfelaar
tekening twijfelaar

Proza-Poëzie

Proza

Op een avond in goed gezelschap werd er nogal veel koffie genuttigd. Ook ik liet mij verleiden om enkele kopjes mee te drinken. Anders nooit koffie gebruikend, genoot ik van het fijne aroma dat de kamer vulde.

In de kleine uurtjes thuisgekomen, ging ik onmiddellijk naar bed. Slapen was er echter niet bij, want ik lag te wroeten en te woelen in bed en begon onrustig te dromen. Ik had het kunnen weten, maar ja…

In mijn droom werd ik achtervolgd door een monster, immens groot, geweldig snel en transparant. Het was niet altijd waar te nemen tegen de donkere achtergrond van dichte bossen. Ik wilde dan ook vluchten, ver, heel ver weg want ik wist dat wanneer ik de overkant zou bereiken, alles opgelost zou zijn. Maar ja, je ligt in bed en vliegen is voor ons stervelingen op dat moment niet weggelegd want de zwaartekracht zorgt er wel voor dat die 66kg vlees en botten horizontaal blijft liggen.

Plots kwam ik dan toch voor een brede gracht te staan en zag daar voor mij de overkant in mijn onmiddellijke nabijheid. Het was nu nog enkel een kwestie van willen springen of wippen, maar ik twijfelde.

Mijn constitutie en vormgeving was door het willen, maar niet durven – waardoor ik herhaaldelijk wiebelde – gewijzigd. Ik voelde me net een hobbelpaard (zie transparante schets). De snuit van dit figuur ruikt de lekkere veilige overkant. Is het gras niet steeds groener en malser, elders dan bij jezelf? Bovendien laat het monster zo nu en dan van zich horen.

Het fenomeen (ik, of mijn droomgedaante) heeft de benen of poten van een kikker, met daarbij de billen van een Japanse krijger. Springen zou dus geen probleem mogen zijn, maar het startschot ontbreekt. Ik twijfel, want je zou toch maar eens in die diepe, vuile gracht kunnen terechtkomen. Dus de angst om te falen neemt de bovenhand. Je wil nog steeds op veilig spelen zoals iemand die niet alleen een ceintuur maar ook nog bretellen draagt om toch maar zeker te zijn dat zijn broek niet zou afzakken!

Wanneer ik nu toch eens zou springen…? Vallen kan niet want de oren die in rust netjes worden opgeplooid onder de oksels, zouden zich dan ontvouwen als vleugels van een vleermuis zodat je het gevoel krijgt of je een Deltavlieger bent.

De platte staart die mooi opgevouwen op de rug ligt, kan tijdens het springen volledig uitgespreid worden, zodat die dienst doet – niet alleen als roer maar – ook als bijkomend zweef attribuut. Het is net een ontvouwen Japanse waaier of een extra brede beverstaart.

De snuit is zeer scherp zodat het beter de lucht kan doorklieven om op die manier zeer snel aan de overkant te landen. Verder kunnen er onder de twee oorflappen nog grote vogelpluimen als bijkomende vliegversterking aangebracht worden.

Alle ingrediënten zijn er om de sprong te wagen, maar ik durf niet want de twijfel is er weer. Het is telkens willen, maar niet durven.

De twijfelaar ligt figuurlijk aan handen en voeten gebonden, want als hij de sprong waagt, wie weet of er tijdens de zweef- of glijvlucht wel de drang of de noodzaak is om te willen landen.

Telkens is er weer die twijfel, want wie weet is het gras alleen maar op afstand groener… Nog steeds wordt er gewiebeld en worden de vingertoppen tegen elkaar aangedrukt.

Plots word ik uit mijn vertwijfeling gehaald doordat mijn jongste dochter mij wakker maakt: de nieuwe dag is reeds begonnen. Oef! Ik ben verlost en het spookbeeld is eveneens weg.

Achteraf bezien kan er misschien gedacht worden aan een nieuw soort vliegsport, aanleunend bij het Deltavliegen. Of het figuurtje van de twijfelaar kan in verkleinde vorm (± 15 cm) dienst doen als gebruiksvoorwerp, bv een flessenopener (vast te houden tussen duim en vingers).
Als miniatuurtje kan hij als juweeltje aan een ketting gehangen

worden of gedragen als dasspeld, of eventueel nog kleiner als oorhanger.

Jef Van Leeuw

Poëzie

Emanatie van de Twijfel

Geloken ogen van iemand die z’n lot gelaten ondergaat.
Te dicht bijeen om als prooidier uit zijn ogen te kijken.
Te ver uiteen, om op de blik van het menselijk roofdier te lijken.
Fabelachtige vorm, die als het ware tegen ons praat.

Vertelt van een verlangen in de toekomst gegoten.
Onbereikbaar met de gegeven vorm en toestand,
zit de sprong nog in het opgebolde lijfje opgesloten,
wankelt voor en achteruit, blijft tenslotte toch in ruststand.

Opgevouwen oren die van een zweefvlucht dromen.
Achteraan te zwaar om van de grond te komen,
verraadt de ronding de makers sensuele hang,
vooraan een lepelvorm, een schep, de scheppingsdrang.

Terwijl hij twijfelt over de volgende stap; wanneer en waarnaar,
twijfel ik, of hij als mens, of dier, of fabel moet worden genoten.
Toch is dit creatuur aan een gewone aardse geest ontsproten,
maar niets buitenaards is vreemd, aan de fantasie van een
kunstenaar.

Lilith Kenis